Hèt Bier- en Muziekcafé van Wervershoof

Magazine

By in Magazine 0

de favoriete plek

Van een wervershover in wervershoof

Astrid Steltenpool: Het mooiste huisje op de Zeeweg.

“Op de vraag wat mijn favoriete plek is in Wervershoof moest ik even nadenken. Ik kwam erachter dat ik er eigenlijk best veel heb.”
Op sportief gebied, het handbalveld en hal 1 van de Dars. Samen met m’n teamgenoten heb ik daar heel veel mooie, spannende, fanatieke en sportieve momenten beleefd.  Maar ja, ik word ook wat ouwer (maar niet gauwer), dus nu heb ik daar vooral veel gezellige momenten.”
Op uitgaansgebied, van Rooijen met m’n vriendinnen. Wat hebben we daar vroeger veel weekenden gezeten, gepraat, gedanst met een borrel, gezellige muziek en leuke mensen! Geweldige tijd.” 
Op schoolgebied, de Werenfridus school. Daar heb ik een hele leuke en vertrouwde schooltijd gehad. Maar ook niet te vergeten, de St. Augustinus Mavo. Helaas moesten we allemaal na 2 jaar naar andere scholen omdat de Mavo gesloten werd.”
Op werkgebied, Onze sportwinkel ‘Steltenpool Sport’. Mooie en leerzame jaren gehad samen met de leukste collega´s.” (text loopt door onder de afbeelding)

Op woongebied, de Zeeweg. En ja, dat is op dit moment mijn favoriete plek in Wervershoof: fietsend de Zeeweg oprijden. Als ik in de bocht Dorpsstraat-Zeeweg fiets met mijn bakfiets met de kinderen erin en de mooie bomen langs de sloot in bloei zie staan, dan word ik heel blij. Als ik dan verder de Zeeweg op fiets, heb ik aan mijn rechterhand mijn ouderlijke huis waar ik hele mooi herinneringen heb en waar mijn ouders nog steeds wonen. Aan mijn linkerhand zwaai ik dan naar het huis waar mijn zus woont met haar zoons. Ik stop dan bij nummer 24, het ‘mooiste huisje op de Zeeweg’ (zoals wij dat elke avond met de kinderen zingen in bed) waar Coen en ik al 15 jaar met zoveel plezier wonen samen met onze kinderen.”

By in Magazine 0

#doeslief

Op het platteland is het allemaal wat socialer en gemoedelijker hoor je mensen vaak zeggen. In grote steden leeft men langs elkaar heen, weet je niet wie je buren zijn, kijk je de mensen op straat niet aan, houd je je koptelefoon op of je telefoongesprek aan de gang terwijl je in de winkel aan het afrekenen bent. Ieder voor zich…In het dorp kom je niet zo snel iemand tegen die een buschauffeur bespuugt, weinig schreeuwers, schelders, bumperklevende-korte-lontjes, asocialen of pestkoppen. Natuurlijk zijn ze er wel maar omdat we met minder in aantal zijn en we er misschien eerder wat van zeggen voelt dat als minder.
Het mooie van wonen in een dorp is dat je heel vaak samen bent. Grote families bestrijken het hele dorp, vrienden van vrienden die elkaars vrienden weer kennen. We feesten met elkaar en rouwen met elkaar. Zorgen voor elkaar, kennen elkaars kinderen, kennen elkaars verleden. Drinken samen koffie en bewateren elkaars planten in tijden van afwezigheid. We weten ‘precies’ wat er her en der afspeelt en vormen een vangnet als het dreigt fout te gaan. We springen fysiek of financieel bij en spreken elkaar aan als dat nodig is. We weten ook dondersgoed wanneer we iemand met rust laten of wanneer het misschien niet handig is om je eigen ervaringen te vertellen. Alles lekker koek en ei…

Je kan het dorpsgevoel zo mooi maken als je zelf wilt. Was het allemaal maar zo. Eigenlijk zou het misschien wel een beetje eng zijn als het dorpse leven er werkelijk zoals bovenstaand beschreven uit zou zien. Alles van elkaar weten, dat willen we natuurlijk niet, alles van elkaar zien al helemaal niet. We praten niet zo graag over wat ons pijn doet, lopen niet te koop met onze fouten, zorgen of angsten. We moeten elkaar de rust en de ruimte geven, een vriendelijke glimlach, een lieve aanraking want iedereen, waar je ook woont, in het dorp, stad of de polder, iedereen heeft zo af en toe stil verdriet. Het stille verdriet als het verlies al een tijdje geleden is, de ziekte door alle omstanders al een keer genoemd is. Het stille verdriet wat een moeder voelt als haar kind niet zo goed kan mee komen op school. Het stille verdriet in het gezin waarbij een ouder langzaam de gevolgen van dementie ondergaat. Het stille verdriet van de vader die drugsgebruik bij zijn kind constateert. Het stille verdriet van het kind dat het zo moeilijk vindt de fouten toe te geven bij de ouders en het zo moeilijk vindt om hulp te vragen. Het stille verdriet van de jonge moeder die het gevoel van geluk na de geboorte van haar kindje niet goed kan ervaren en het gevoel heeft dat de wereld veel te snel voor haar gaat. Het stille verdriet van de winkelier die de last van het ondernemen op zijn schouders voelt iedere keer als zijn waar goedkoper op het internet staat. Het stille verdriet van die mooie jonge griet die zo graag hetzelfde wil zijn als al die andere te mooie mensen op de sociale media.

Zo hebben we allemaal af en toe een beetje aandacht nodig om welke reden dan ook…

#Doeslief

By in Magazine 0

Om een lang verhaal kort te maken

We zitten aan een tafel die gevuld is met koffie, thee en Mam’s appeltaart. Loek is een graag gezien persoon in Wervershoof. Hij heeft veel op z’n palmares staan. Een aantal van die items komen hier aan de orde. Maar eerst laten we ons het gebodene meer dan smaken.

Op zeventienjarige leeftijd is Loek begonnen in Sarto in Andijk met muziek draaien bij de Tienerclub. Er werd wat apparatuur bij elkaar geschraapt en het geluid van de microfoon ging over de eigen installatie van Sarto en de eerste Discotheekavond was een feit. Voordat deze avond van start ging werd er natuurlijk eerst reclame gemaakt. Aanplakbiljetten werden gemaakt en de avond werd een succes waarop er nog meer avonden volgen. Mooi feitje is dat de naam die Loek al jaren bij zich draagt, LoBo, die tijd ge-boren is. Deze naam prijkte ook op de posters. De Boezoekibar had interesse en Loek had daar wel oren naar. Met een geleende installatie werd hij de eerste DJ in West-Friesland.

2 linkerhanden
De interesse voor muziek heeft Loek zelf ontdekt. Luisteren naar Radio Luxemburg. Z’n eerste elpee was van The Scorpions, Hello Josephine. Deze elpee staat nog steeds in de collectie. Z’n eerste single is niet meer bekend.
Loek had ook al vrij jong z’n eigen installatie en een handige vriend (Loek heeft 2 linker-handen) timmerde een kist voor hem dat alles praktisch kon worden opgeborgen en zodat het ook handig uitgestald kon worden tijdens het draaien van zijn vinyl, wat hij ook in eigen beheer allemaal aanschafte. Een aantal mensen kregen er lucht van en zodoende draaide Lobo op vele plekken. Ook op scholen werd er gedraaid. De entree was één gulden vijftig waarvan tweederde voor Loek was. “In de regel kwam er een mannetje of 3 à 400. Dat is toch leuk. Ik werkte in die tijd bij de scheepswerf de Jongens in Enkhuizen en verdiende 45 gulden in de week. En dat extraatje kon ik natuurlijk wel gebruiken.” (Tekst loopt door onder de foto)

Loek Boon, Wervershoof, Magazine, Het Cafe, Het Bier- en Muziekcafe van Wervershoof

Boonebar
In 1972 opende de Boonebar z’n deuren aan de Simon Koopmanstraat en Loek kon natuurlijk niet achterblijven met zo’n naam. En omdat moeder Boon (Boonebar) een stuk of 7 dochters in een mooie leeftijd had was het geen straf om niet thuis te blijven. En helemaal niet dat Simon Boon aan Loek vroeg of hij plaatjes kon draaien in zijn café. “Er is een tijdje geweest dat ik op vrijdag en zondag in de Boonebar draaide en op zaterdag in de Boezoekibar. Maar op slot was dat zo’n gesleep dat ik besloot om het hele weekend maar in de Boonebar te gaan draaien. Elke dag van het weekend was het vol, inclusief de Andijkers die eerst altijd bij de Boezoekibar kwamen.”

Koe in z’n kont
Op 1 mei 1977 draaide Loek de sleutel van deur om van Cafe El Lobo. Een eigen café waar hij 5 jaar gedraaid heeft. “We hadden de tijd mee. Veel mensen gingen naar het café, ook door de week met elke avond ander volk. Je hadden in die tijd de Boonebar, van Rooijen, café de Roos (Heessels), Beer Ruiter, Nic Bot, de Boezoekibar en overal zat volk. Wat dat aangaat heb ik geluk gehad dat het die tijd goed ging met de economie. Achteraf had ik nooit moeten weggaan, maar achteraf kijk je een koe in z’n kont. Zo is het.
“Ik deed wel eens op zondagmiddag Ierse muziek en dat vond ik enorm leuk om te doen. Ik wilde meer gaan doen met livemuziek. De middelen die aanwezig waren, waren vrij beperkt en net voordat het 5-jarig contract afliep met de huurder kwam De Dars in beeld. Het was een lastige keuze die ik achteraf dus beter niet had kunnen maken.”

Uitnodiging
Voordat de plannen van het sportcentrum definitief waren was er eerst een vergadering vanuit de horecabond met de gezamenlijke horeca van Wervershoof wat ze tegen De Dars konden doen. Loek was ook lid maar die had geen uitnodiging gekregen maar wist er toch van. Loek stapte binnen en vroeg: “Goedenavond heren, wie verzorgt hier de uitnodigingen? Er werd wat gemompeld en hij ging zitten. “Laat maar”, zei hij. “Ik ben er toch.” De gezamenlijke horeca voelde zich buitenspel gezet maar Loek had heel wat anders in het hoofd. “Ik zoek nog iemand die de bruiloften en partijen kan regelen want daar heb ik geen verstand van.” “Dat doen we vast niet,” was het antwoord. “Diezelfde avond werd ik gebeld door twee horeca-ondernemers die er toch wel oren naar hadden. Wat overigens niet is doorgegaan. Eerst afgebrand worden en daarna toch willen praten. Dat stond me niet zo aan.”

Gillende meiden met Doe Maar
“Ik heb een paar mooie jaren gehad daar me Doe Maar, Golden Earring, Ivan Rebroff met het Westfries Mannenkoor en in de dancing bijna de hele vaderlandse popscene: Drukwerk, Massada, Dolly Dots, The Nits, Herman Brood en noem maar op. Bij Doe Maar was het gigantisch. Die meiden waren helemaal van het padje af, gillen! Ik ben wel blij dat ik voor het podium het gebied in vakken had verdeeld met hekken om de druk te verdelen anders had het fout afgelopen ben ik bang. Wat een massahysterie.” 

7 kratten bier
Na 3 drie jaar trekt Loek zich terug uit De Dars. “Nu ga ik een tijdje niks doen, dacht ik. Niet eens een week later reed ik alweer op de vrachtwagen voor Dick Vink uit Andijk. Ik had al wat klusjes gedaan omdat ik een groot rijbewijs heb. Ik reed gelijk op Engeland en bouwde daar wat connecties op. Ik haalde cd’s uit Engeland omdat die daar goedkoper waren dan hier en ik nam bier mee voor ze omdat dat weer goedkoper was in Nederland. Je mocht 7 kratten bier per persoon invoeren in Engeland, mits je daar 24 uur verbleef. Ik ben ook wel eens met 20 man naar een popconcert in Engeland geweest die tijd.… Dan weet jij dat het uitstekend werkt hierboven (wijst met z,n wijsvinger richting hersens).”
9 jaar reed Loek op de vrachtwagen tot de truck er uit moest. Na wat omzwervingen via een uitzendbureau kwam hij op de bus terecht. Z’n eerste rit op de bus was naar Duitsland waar hij de fanfare Jong Leven bij een concours bracht. 20 jaar rijdt Loek alweer, met veel plezier, voor Jan de Wit.
Op de vraag wat hij eigenlijk had willen worden dat hij jong was antwoordde hij: “elektriciën, maar dat kon niet omdat ik niet zo goed kon leren. Ik raakte op de technische school richting hout en metaal wat me overigens niet zoveel interesseerde. Ik gooide toen een gulden op, munt is metaal en kop is hout. Het werd munt. Diploma gehaald en een paar las-diploma’s. Ik had er niet veel mee.”

Samenwerken
“De horeca in Wervershoof mag wat meer samenwerken volgens Loek. Samen sta je sterker. Samen kan je meer bewerkstelligen. Als je een visie hebt heb je ook meer geloof in het slagen van het evenement. Met het Carrot Blues Festival in mijn tijd is dat een aantal keren goed gegaan. Ik weet het, ik ben een ouwe lul en ik weet niet of iemand nog zit te wachten op mijn mening maar volgens mij is samenwerken van alle tijden.”

By in Magazine 0

Niet lullen maar poetsen

Jeffrey Oud is een levendig persoon. Vooral bekend van zijn vele live optredens als zanger in het hele land maar ook ver daarbuiten. Met solo optredens is hij inmiddels gestopt omdat er een fase aanbrak waar een andere liefde voorrang krijgt en waar hij met hart en ziel zijn energie in stopt.

Ook autopoetser worden begint uiteindelijk met de muziek. “Ik zat in een de band Lost & Found en het doel met die band was om zo veel mogelijk te spelen. Nu zat er indertijd in Zwaag een artiestenbureau boven een autopoetsbedrijf en daar wilde ik werken zodat ik altijd dicht bij het vuur zou zitten. Op de vraag of er iemand nodig was op het artiestenbureau kwam op dat moment een negatief antwoord, voorlopig. Dus ik liep de trap af en ging naar de eigenaar van het autopoetsbedrijf met dezelfde vraag die ik een verdieping hoger stelde. Dit antwoord was positief en zodoende zat ik heel dichtbij mijn uiteindelijke doel.”

Zaterdagbaantje
“Ik kwam er die tijd achter dat ik het autopoetsen een onwijs leuke bezigheid vond. De ruimte die ik ambieerde bij het artiestenbureau kwam vrij en ik verhuisde naar boven. Dat duurde helaas kort want het bureau ging over de kop en ik kon weer naar beneden.”
“Ik kwam er die tijd achter dat ik het autopoetsen een onwijs leuke bezigheid vond. De ruimte die ik ambieerde bij het artiestenbureau kwam vrij en ik verhuisde naar boven. Dat duurde helaas kort want het bureau ging over de kop en ik kon weer naar beneden.”
Jeffrey graaft in z’n geheugen en herinnert dat hij op z’n twaalfde eigenlijk al begon met het autopoetsen. Als zaterdagbaantje poetste hij bij autobedrijf  Kager de auto’s en leerde hij ook de beginselen van het autorijden omdat hij de auto’s naar de garage moest halen om ze daar te poetsen. Na het autopoets- en artiestenbureau avontuur was hij klaar voor een nieuwe uitdaging en die kwam er al vrij snel.

Horeca
Op het zonnige eiland Gran Canaria kreeg Jeffrey de mogelijkheid om in diverse bars op te treden. Dat was niet tegen dovemansoren gezegd. “8 jaar heb ik daar gewoond en gewerkt. Ik heb veel muziek gemaakt en twee horeca gelegenheden gemanaged. Toen ik terugkwam stortte ik me op mijn solocarriere. Op een gegeven moment vond ik dat ik er wat bij moest doen. Ik vond het lekker hoor, doordeweeks thuis met een net geboren kleintje. Maar wat erbij zou geen overbodige luxe zijn. (text loopt onder de foto door)

Weer als nieuw
Eigenlijk was het niet zo heel moeilijk om te bedenken dat een eigen autopoetsbedrijf een mooie uitdaging zou zijn voor Jeffrey. De pakkende naam Weer Als Nieuw borrelde al heel snel bij ‘m op en checkte de domeinnamen die tot zijn stomme verbazing nog vrij waren. Nadat ze vastgelegd waren begon hij zijn nieuwe avontuur. Investering worden gedaan in de vorm van polijst- en shamporelmachines, de poetsmiddelen van Turtlle wax en wat poetsdoeken. “Ik ging wat connecties af met de vraag of ze een autopoetser zochten en bij Ard Butter in Zwaagdijk kon ik terecht op locatie.” Meerdere klanten dienden zich aan en zodoende moest ook ruimte worden gecreëerd om het poetsen ook een onderdak te geven. In eerste instantie werd dat een garagebox maar al snel bleek dat ook te klein vanwege de aanwassende klantenkring. Het voormalige pand van Otto Mooij stond al een tijdje leeg en was ideaal voor mijn werkzaamheden. “Ik durfde het aan, ook met het oog op een wasbox, een grote wasbox welteverstaan, die ook geschikt is voor grotere auto’s, bussen, campers en boten want die is er bijna niet in de regio. En ook voor alle milieu-eisen e.d. is dit een ideale locatie.

Klantenkring
De stap naar een groter pand is een goeie geweest en dat blijkt uit de aanwas van nieuwe klanten. De Graaf Mobiliteit, Autoservice Medemblik, Kareltrans, Veekro maar ook de kleinere bedrijven in de regio en de particulieren weten Weer Als Nieuw te vinden. “We leveren kwaliteit en die garanderen we ook. We doen veel meer dan alleen maar poetsen. Dat uit zich in de spullen die we gebruiken en de mensen die het uitvoeren. Wij zijn specialisten die weten wat we doen en ook doen wat we zeggen. Op die manier is onze kwaliteit gewaarborgd en onze klanten waarderen dat alleen maar.”

Weer Als Nieuw • Nijverheidsweg 18 • Wervershoof
06-23761970 • www.weeralsnieuw.nl

By in Magazine 0

wild in de biene

column door bert laan

Het was op zijn zachtst gezegd “vrij bedrijvig” bij ons thuis. Hoewel we met 10 kinderen eigenlijk maar een middenmoter waren in het dorp (14 en 16 kinderen, het kwam allemaal voor destijds), was het in ons kleine huisje een drukke bedoening. Niet alleen wijzelf , maar ook alle aanloop zorgde er voor dat de koffiekan en de koektrommel continue bijgevuld moest worden: elk van ons nam immers vaak vriendjes mee naar huis omdat het bij ons thuis te doen was: een kast vol met gezelschapsspellen, altijd voldoende mensen in de kamer om een potje te kaarten. Het was de zonnige zijde van die periode.
We leefden niet in weelde – verre van – maar hebben het opgroeien in de jaren 60 en 70 zelf eigenlijk niet als armoede ervaren. Natuurlijk moesten alle zeilen bijgezet. Bonen zoeken, kranten en folders venten, helpen bij de boerderij aan de overkant, sjouwtjes op de bouw of bij de slager: ieder van ons zorgde al vroeg voor bijverdiensten omdat anders het huishouden niet rond te krijgen was. Maar wat gaf het, als je verder onbezorgd kon spelen in en om het huis.
Ik heb nog foto’s waarop we achter het huis speelden en je nog tot in het oneindige richting dijk kunt kijken: de nieuwbouw was er nog niet. Overal waren voetbalveldjes voor de warme maanden, in de wintertijd ging je schotsenlopend naar de dijk en weer terug, klis pôôt of niet. Met het roeibootje gingen we te bollek – ik weet niet of je het zo schrijft, maar voor de onwetende zeg ik dat dit het Westfriese woord voor “vuilstort” is –  of we gingen vissen in sloten in gebieden die later allemaal aan de ruilverkaveling ten deel vielen. 
Wervershoof was destijds een tamelijk gesloten omgeving, eigenlijk had je alles wat je nodig had al op het dorp: slager Ruiter drie huizen verderop, bakker Boon aan de overkant,  Brammetje Beerepoot kwam met zijn Volkswagenbus vol zuivel, Bertus Vermaat zat met zijn postkantoortje nog geen 100 meter verderop. Groenteman Aker kwam aan de deur, net als elke vrijdag vishandel Mol.
Wat we niet in het dorp konden halen, kwam met Ter Meulen Post en soms zetten we voor het raam een kaartje klaar zodat stomerij Kerner wist dat er kleding moest worden opgehaald. We hoefden het Zijdwerk niet uit, alles was voor handen. De boerderij van Haakman moest toen nog plat, die zou pas later plaats gaan maken voor het winkelcentrum met de platenzaak, de fotohandel, de drogisterij en de supermarkt. 
Eind jaren zestig , begin jaren 70 werd alles anders: in de gang werd een (groene) wandtelefoon gemonteerd, de eerste TV werd vervangen door een kleurentelevisie, de oudere gezinsleden gingen het huis uit. De nieuwbouw -jarenlang ons speelterrein- werd bevolkt door de vele kinderen van de grote gezinnen , maar ook door de overloop van “buitenpoorters”: er klonk opeens sappig Amsterdams tussen het stugge Westfries door.
(text loopt door onder de afbeelding)

Ook bij ons kwam de hunkering naar meer, mijn vader omschreef dat als: “ze hewwe het wild in de biene”. Van het kleine Werenfridus aan de Dorpsstraat gingen we naar het grote Werenfridus in Hoorn, daarna lonkte voor velen de stad verderop: we waren de generatie die opeens alle kansen kregen. En grepen. Amsterdam, Haarlem, Hoorn, De Goorn: we hebben onszelf verspreid. Maar niet ver. Niet zover in ieder geval dat we niet nog minstens twee keer per jaar terugkeren naar dat plekje waar het allemaal begon: dat kleine huisje aan de Dorpsstraat is nu het prachtig opgeknapte en uitgebouwde eigendom van een van mijn broers.
Met gevoel voor traditie zijn hij en zijn vrouw net zo gastvrij als mijn ouders dat destijds waren: iedereen kan binnenlopen, de koffie is immer vers. Met de kermis doen we een borrel in de tuin (WIELRIJDERS AFSTAPPEN!), in de kerstvakantie doen we gewoon nog eens alsof we weer allemaal tiener zijn : “potje kaarten, jongens? Zetten!”. Inmiddels schuiven de kinderen, de neven, de schoonzoons aan: in de ochtend kaarten en in de middag biljarten om de Harde Pik-bokaal. Ook onze nieuwe generaties leren dat wij deze gezelligheid dáár hebben geleerd: de Dorpsstraat is basis.

By in Magazine 0

onze toekomst

sepp stroet

Met wie woon je? Ik woon met broer Sem (13), zus Nova (16), nog een zus Layla (20) en mijn moeder Astrid (49) en vader Patrick (49) op de Simon Koopmanstraat in Wervershoof.

Op welke school zit je? Ik zit op de Werenfridusschool in groep 6 (inmiddels groep 7) en ik krijg les van Meester John.

Wie zijn je beste vrienden? Mijn beste vrienden zijn Huub, Josef, Jordi, Stijn, Dennis en Sjoerd. We voetballen veel met elkaar.

Wat zijn je hobby’s? Voetballen dus, en spelletjes zoals kezen, Yahtzee, Zakgeld en natuurlijk op de ps4 Fortnite en Fifa.

Wat is je favoriete plek in Wervershoof?De voetbalvelden van V.V.W. aan de Westrand. Daar ben ik heel vaak met m’n vrienden aan het voetballen. Ik speel bij V.V.W. in JO10-1 elke zaterdag.

Wie zou je voor een dag willen zijn?Ik zou graag Kelvin Stengs willen zijn. Eén van de beste voetballers bij AZ. Ik zou daar ook graag willen voetballen, vandaar. Daar doe ik dan ook m’n best voor. Ik heb ook
samen met m’n broer en zus een seizoenkaart. Maar ik ga
het meeste van de keren heen. Mijn broer en zus kunnen gelukkig niet vaak zodat ik vaker heen kan.

Wat zou je nog een keer willen meemaken?Naar de Grand Prix Formule 1 van Hongarije. Ik vond het niet leuk dat Max Verstappen uitviel in die race. Maar ik vond het wel leuk dat hij uitviel voor de tribune waar ik zat. Ik kon Max goed zien op deze manier. Ik zou ‘m nog een keer willen zien.

By in Magazine 0

de favoriete plek

van een wervershover in wervershoof

Monique Kragting: Administratie bij Autobedrijf Kragting en vrijwilligerswerk bij de Wilgenhof.

“Mijn favoriete plek in Wervershoof is toch wel de woonkeuken in ons net betrokken huis aan de Dorpsstraat. Op vrijdag kregen we de sleutel en maandag woonden we. 9 juli 2018 zijn we overgegaan en vrij snel voelde ik me helemaal thuis. Uitzicht over de weilanden, de ruimte, al het houtwerk, de grote tafel, ik zie de watertoren van Hoogkarspel. Dit is gewoon het buitenland van Wervershoof, ik ben elke dag op vakantie in eigen huis. Als ik hier binnenkom kom ik echt thuis en denk ik, oh wat heerlijk. 
“Het is een goeie keuze dat we hier naar toe zijn gegaan. Ik wilde eerst niet maar ik ben toch blij dat Richard en mijn kinderen doorgezeurd hebben. Vooral in het begin werd het elke dag mooier. En, bijkomend voordeel, we hoefden niks te doen. Alles was af en naar ons zin. En dat is ons op het lijf geschreven, met veel te veel linkerhanden kom je niet ver. Natuurlijk zijn er wel wat details veranderd, je moet het je toch eigen maken. Ik ga er wel van uit dat ik hier mijn hele leven blijf wonen.”
Een bijkomend voordeel is volgens Monique de aanwezig van supermarkt Deen als buurman. “Voorraadkasten heb ik niet meer, alles staat bij de buren, hoe handig is dat.”
Aan alles is gedacht, prachtig houtwerk met de nagels er nog in.
Het vierkant van de boerderij is na de brand in de prut achter het
huis schoongespoten en dat zie je, dat geeft een prachtig detail weer in het hout. De lamp met de lege wijnflessen vind ik ook bijzonder, daar had ik nooit opgekomen. De vorige bewoners hebben een uitstekende smaak en gingen op wereldreis dus we konden alles overnemen en dat kwam ons alleen maar ten goede, want nogmaals, die linkerhanden…

By in Magazine 0

werenfried was geen blijvertje

wel heilig verklaard

Vele zullen het herkennen, terug van enige tijd weg uit het dorp door vakantie, ziekte of werk geeft al rijdend op het zijdewerk met daarbij zicht op de molen een gevoel van thuis komen. Als klein meisje had ik dat al als we met de bus vanuit een dagje winkelen in Hoorn weer terug naar huis reden. Geboren en getogen Wervershoofse zoals zovelen met mij, na mij en nog zovelen voor mij. 

Als je in de geschiedenis duikt van ons dorp dan komen de eerste geluiden uit het jaar 690. Ik ben natuurlijk geen historicus maar hou wel van goeie verhalen! Volgens de legende is de plaatsnaam Wervershoof een vernoeming naar de hoeve van de prediker Werenfried. Werenfried van Elst, later Sint Werenfridus. Hij was een volgeling van Willibrord. Willibrord de apostel der Friezen, in 695 door Paus Sergius gewijd en tot aartsbisschop der Friezen benoemd. Deze mannen leefde in de tijd van het Friese Rijk onder Koning Radboud.
(Text loop door onder de afbeelding)

Saint Werenfried van Elst. Engraving by C. de Visscher, 1650, after P. Soutman.
Credit: Wellcome Collection. CC BY

Lelijk klein mannetje
In deze tijd zag het er natuurlijk wel even wat anders uit. Landsgrenzen niet te vergelijken met nu. Het Friese Rijk, een lange strook aan de kustlijn vanaf België tot aan ver in Duitsland met daarin alleen de (toen nog geen) provincies Zeeland, Zuid-Holland, Noord-Holland, een deel van Friesland en een deel van Groningen. Deze Koning Radboud of eigenlijk Redbad heeft het ook niet al te makkelijk gehad. Gezien de afbeeldingen was het een lelijk, klein mannetje. Hij had veel conflicten met het Frankische Rijk, nederlagen tegen Pippijn van Herstal, waardoor hij behoorlijk wat gebied heeft moeten afstaan en uiteindelijk vrede heeft gesloten met als ‘part of the deal’ zijn dochter laten trouwen met de zoon van Pippijn. Hoe moeilijk kan je het maken? Dit huwelijk werd dan wel weer voltrokken door onze Willibrord. Wel bijzonder voor een heidense vorst om zijn dochter te laten trouwen door een christelijke.

Kasteel Radboud
Nou zou je denken dat Koning Redbad zijn audiënties hield aan het Kasteel Radboud te Medemblik maar dat is niet waar. Het Kasteel van Radboud is niet meer. Kasteel Medemblik wordt ook wel Radboud
genoemd omdat het volgens de legende zou zijn gebouwd op de funderingen van de burcht van koning Radboud (Redbad) van de Friezen. Floris de 5e had geen intentie om Redbad navolging te geven, hij had gewoon een goede plek nodig voor een dwangburcht om de West-Friezen in toom te houden.

Paard en wagen
Terug naar Willibrord want deze reisde in de herfst van 690 met twaalf gezellen, onder wie Werenfried van Elst, via het huidige Katwijk naar het hoge Friesland om het voorbeeld te volgen van een zekere Jezus C. die rond trok om zijn boodschap te verkondigen. Hoe ze het deden die tijd deden ze het, maar deze gasten reisden wat af. Met paard en wagen bedenk ik me dan maar en er zal ook veel te voet zijn gedaan. Willie’s reis verliep anders dan gepland maar het doel van de reis, de kersteningsmissie van de Friezen ofwel de Friesen hun geloof laten loslaten en het christendom daarvoor in de plaats zetten had grote gevolgen. Zo kreeg Werenfried de taak om in het westelijke deel het evangelie te prediken en streek neer in Wervershoof. Nou ja, eigenlijk niet in Wervershoof maar in zijn Werenfridus-Hoeve, oftewel zijn priesterwoning. We hebben natuurlijk geen idee waar deze hoeve zou hebben gestaan maar we gaan er maar vanuit dat dit op de plek van Dorpsstraat 76 zou zijn geweest. Midden in het Wervershoofse wat nog geen Wervershoof was. Dit alleen om het verhaal nog mooier te maken.

Heilig
Werenfried was geen blijvertje, Dat gebeurt wel vaker bij mensen die niet geboren en getogen zijn in Wervershoof. Werenfried is weer verder getrokken om het geloof te verkondigen, overleden in Westervoort en begraven in Elst. Ondanks of dankzij alles kunnen we wel zeggen dat we een heilig verklaarde dorpsgenoot hebben!