Magazine Archieven - Hèt Bier- en Muziekcafé van Wervershoof

Hèt Bier- en Muziekcafé van Wervershoof

Magazine

By in Magazine 0

Lieve Schatten

Hoe bijzonder kan een week zijn. Stel je hebt een kroeg en jouw grootste doel van deze kroeg is om mensen elkaar te laten ontmoeten. Men kan daar een hoop lol hebben en alles delen wat ze willen delen met daarbij soms een arm om elkaar en heel misschien wel ff stiekem de garderobe in voor die zoen. Dan krijg je Kermis en moet je voor je gevoel in plaats van een kroeg een gevangenis gaan runnen. Binnen de hekken, 4 aan een tafel, niet staan op het terras, pijlen volgen naar de wc en dit alles onder het genot van de nodige drank. Geloof mij, al had ik me laten gaan op verschillende momenten dan had ik mijn tranen hard snikkend laten lopen…. Dan ben je 2 dagen verder en gaat de bel. Een prachtige bos bloemen op de stoep en ‘s middags in het café nog meer lieve schatten met nog meer prachtige bossen bloemen omdat we het zo goed voor elkaar hadden en omdat het kermis gevoel daar was! Man, man wat doet dit goed!!! Grote dank voor jullie positieve reacties!

By in Magazine 0

#menswatbenjemooi

‘Als je echt gelooft in je eigen kracht, kan niemand je tegen houden. Je zou jezelf ook niet meer tegenhouden. Je kunt alles doen, zijn of hebben wat je wilt. Wat je nodig hebt is een doel, tijd en doorzettingsvermogen.’ ‘Zolang je reikt met passie kun je bereiken wat je wilt.’ ‘Succes heeft te maken met volhouden.’ ‘Je kan je dromen werkelijkheid laten worden.’ En dan de mooiste; ‘Als het schip de haven niet binnen kan varen dan zwem je ernaar toe.’

Allemaal uitspraken waar je je vraagtekens bij kan zetten. Is het zo dat als je iets maar graag genoeg wil en als je dan ook maar een beetje je best doet, je alles kan bereiken wat je wil? En stel dat dat dan zo is, moet je dat allemaal wel willen? Is het voor het gros van de mensheid niet veel wijzer om te zijn wie je bent en je wensen en dromen ietwat bij te stellen als je ook maar merkt dat het misschien wel veel te veel voor je is. Meer, meer en nog meer is hetzelfde als te, en te is alleen mooi voor te-vreden. Hoe graag we het ook willen, we kunnen niet allemaal zakenman of vrouw of gender-neutrale zaken-iets van het jaar worden. De meesten van ons hebben daar de capaciteit niet voor. Je kan nog zo graag iets willen maar als je daar de goede eigenschappen niet voor hebt dan wordt het verdomd lastig.

Als dat schip de haven niet kan binnenkomen, neem een ander vervoersmiddel! Je hoeft namelijk niet te behalen wat een ander heeft behaald. Je hoeft namelijk niet het pad te kiezen die een ander voor je heeft uitgestippeld. Je mag zelf kiezen. Misschien is het tegenwoordig wel heel moeilijk om tevreden te zijn met wie je bent, te accepteren wat je in je mars hebt en daarnaar te handelen. Je hoeft niet altijd maar succesvoller te worden, je gedrag aan te passen, do’s en don’ts toe te passen in je dagelijks leven. Op zoek gaan naar jezelf is accepteren wie je bent en het mooie hiervan is dat je diegene al je hele leven kent. Ieder leven komt met ups en downs. De één krijgt wat meer voor de kiezen als de ander. Ook dat vormt je naar wie je bent en wat je kan dragen. Leg die lat zo hoog als bij je past. Wees eerlijk naar jezelf en een ieder om je heen.

Gelukkig zijn met wat je doet en wie je bent is veel voornamer. We zijn namelijk allemaal anders, we zingen allemaal anders, lopen allemaal anders, denken allemaal anders. Allemaal uniek met onze mooie en minder mooie kanten. Laten we wat meer naar elkaar omkijken en elkaar zien zoals we zijn. Je bent namelijk een mooi mens. Ga wat meer naar jezelf omkijken en zie wie je bent. Accepteer dit en handel daarna. Mens, je bent zo mooi!

Ik krijg vaak duimpjes

Sabrina Laan is 32 jaar en trotse moeder van Ties en Floor. Met Floor
in haar armen word ik ontvangen op het bedrijf van vrachtvervoerder Bultsma in Andijk. Gelukkig is er vrachtwagen aanwezig en maken
dan ook snel de foto bij de truck want Sabrina is ook vrachtwagenchauffeuse.

Half Andijk en half Bovenkarspels. Wat heeft dat nu met ons dorp te maken? In principe helemaal niks maar er is toch wat Wervershoofs te vinden bij Sabrina. Ten eerste woont ze er. Samen met Chiel Bultsma en haar twee eerdergenoemde kinderen. In eerste instantie op de Zeeweg wat voor Chiel de grens was. “Hij wilde niet verder in Wervershoof maar is toch gezwicht voor het gemak van een vrij nieuw huis aan de Vooruitgang. We zijn geen klussers en het huis aan de Zeeweg is daar onderhevig aan. Een nieuw huis heeft daar nog niet zoveel last van.  Bovendien is Wervershoof gezelliger.”
De eerste 8 jaar van haar leven woonde Sabrina in Andijk op het Buurtje en daarna op de Kleingouw. Andijk West dus. “En dan trek je al gauw naar Wervershoof toe qua vrienden, uitgaan ed. Het is toch zo’n beetje hetzelfde gevoel.”

Sabrina heeft de kappersopleiding gedaan en heeft ook wel wat haren geknipt door de jaren. Het was het toch niet dat kappersvak. “Ik werkte veel maar het verdiende niet naar behoren. Daarna heb ik nog wat bij de Thuiszorg gedaan als tussenfase. Maar ik dacht al snel daarna waarom ga ik niet gewoon vrachtwagenchauffeuse worden?”
Eerst had ze de gedachte om dat bij een ander bedrijf te doen maar bij het bedrijf van haar vriend, en vierde generatie, Chiel Bultsma (een echt familiebedrijf opgericht door Hielke en later voortgezet door Eize en daarna Hielko) zijn ook werkzaamheden wat ze wel mooi vind. “Ik hou wel van autorijden en motorrijden en dat soort dingen, ik vind het niet eng ofzo. Ik had het wel al veel eerder moeten doen. Maar ja, achteraf kijk je een koe in z’n kont.” (tekst loopt onder de foto door)

Ze rijdt eerst zeecontainers en daarna alles eigenlijk. Verbaasd is ze over de hulp die ze heel vaak aangeboden krijgt tijdens de vele ritten die ze gemaakt heeft. “De goederen moeten op een plek gezet worden maar als het niet lukt mag je het ook ergens anders neerzetten wordt er wel eens gezegd tegen mij. Dat vind ik altijd wel grappig. Maar waarom zou een ander het wel daar kunnen neerzetten en ik niet? Er wordt nog vaak gedacht dat wij dat niet kunnen. Gelukkig komen er al meer vrouwen achter het stuur van een truck.” Thats the Spirit. Dat bezit Sabrina zeker. “Geen poespas, gewoon doen en dan is het weer klaar en gaan we weer verder. Ik krijg ook vaak duimpjes als ik langs de weg zit als ze mij zien zitten. Dat is een leuk gebaar.”
Ook al zijn het soms lange dagen de tijd vliegt voorbij voor Sabrina. “De rijtijdenwet gooit soms wel eens roet in het eten. Soms kan je net je ritje niet afmaken binnen de vier en een half uur terwijl dat wel beter uitkomt. Maar het is goed dat het er is, anders jakker je ook maar door en achter het stuur in slaap vallen kan natuurlijk niet.”

Voorheen wilde moeder Sabrina eigenlijk geen kinderen. “Op slot denk je van: het is toch wel leuk. Dat komt voort uit de gedachte dat ik voorheen de hele week te werk was en dan heb je daar geen tijd voor. In één keer leek het me toch wel leuk, ofzoiets. Ik weet eigenlijk niet wat het was, het was er gewoon. Nu heb ik er dus twee en dat is genoeg. Ik ben er klaar mee met die zwangerschappen.”

het is natuurlijk absurd

Jos Kolenberg is een graag geziene gast in ons dorp. Het liefst zien we hem met gitaar op een podium. En zelf ziet hij dat ook het liefst. Uit z’n dak gaan, zijn favoriete muziek spelend. 

Zelfstandig computerprogrammeur is Jos. Webapplicaties veelal voor het mkb. Voor een archeologiebedrijf in Den Bosch maak ik een app voor de vondsten die ze doen om het te categoriseren m.b.v. de telefoon. Fotootje maken, wat kernwoorden erbij zetten en klaar is kees. Gemak dient de mens. Die telefoon heeft een heleboel dingen stukken makkelijker gemaakt. Ook maak ik urenregistratie apps voor wat lokale bedrijven. “Ik heb ook in loondienst gewerkt hiervoor omdat ik toch wat vastigheid wilde. Full time muzikant is moeilijk. Ik zou het graag willen maar het is ook moeilijk om concessies te doen. Muziek is emotie en dat kan ik niet uitschakelen. Die vastigheid vond ik in het begin prettig maar later miste ik het vrije leven wel. Sinds januari 2019 sta ik op eigen benen. Eén been is gereserveerd voor de muziek, het andere been is voor het programmeren. Ik geef nog gitaarles en speel met verschillende bands zo nu en dan in den lande”.

“In de muziek is plezier heilig. Als je dat niet hebt dan moet je stoppen. Dat heb ik nodig en dat straal je dan ook uit. Uit je dak gaan op het podium is het mooist wat er is. Als je uit je dak gaat op het podium neemt het publiek dat over. Zo bezorg je deze mensen een fantastisch optreden”. (tekst loopt onder de foto door)

“We speelden laatst in The Shack in Oude Meer met Pearl Jamming. Het bijzondere is dat het in de middle of nowhere staat en dat er altijd volk komt. Deze tent heeft een reputatie dat het altijd goed is wat er staat. Het is niet groot maar de mensen die er komen en die het organiseren zijn altijd enthousiast. Wereldtent!”

Jos woont in Enkhuizen en heeft het daar naar zijn zin. Hij woont in de binnenstad en houdt van de reuring. “Alles is binnen handbereik. Er is veel qua horeca en dus een hoop te doen. Ook in de wintermaanden. Dan zijn de toeristen weg en dan is het ook weer anders en dat maakt het divers. En ik vind het een mooi stadje. Ik ben wel een echte Wervershover en ik mis het bij vlagen wel maar ik vind het belangrijk voor me om wat anders te voelen, mezelf te ontwikkelen. Het idee staat me trouwens wel aan om ooit terug te keren naar mijn geboorte grond.”

Nieuw Zeeland is het mooiste land waar hij tot nu toe geweest is. Niet dat het wat met z’n innerlijk doet maar de rust en het landschap doet veel. Het is het gevoel wat Jos ervaart. “Je zit 24 uur in een vliegtuig en je bent niet binnen 5 minuten weer thuis. Het gevoel dat je helemaal weg bent van alles, telefoon uit. Dat doet echt wat met je. Het is vergelijkbaar met een westers land wat ontwikkeling en taal aangaat. maar de mentaliteit is absoluut niet westers en dat beviel wel. Het is allemaal wat relaxter, minder gehaast.”

Ik vraag ‘m naar zijn favoriete muziek-  album. “Ja, daar vraag je wat. Ik denk toch dat het ‘Abbey Road’ is. En dat is eigenlijk niet om het album maar om het grotere geheel van The Beatles. Het is natuurlijk absurd dat dat bij elkaar gekomen is. Van daar uit gezien van wat het betekent zo’n band voor de hele muziekgeschiedenis is dat natuurlijk een enorme impact. Paul McMartney is multi-instrumentalist en alleen als bassist en zanger al fenomenaal, een op zichzelf staand icoon. En daarnaast staat een John Lennon, minder multi maar wel een onwijs talent en samen schreven ze vrachten met prachtige nummers. Dan ben je er wel denk je dan. En dan komt George Harrison nog om de hoek kijken die de mooiste liedjes heeft geschreven vind ik. Die ging net even verder met de meer uitgesponnen liedjes. Ringo Starr was de minst beste maar zorgde er wel voor dat de band bij elkaar bleef zolang het duurde. Qua album vind ik ‘The Southern Harmony and Musical Companion’ van The Black Crowes net zo goed maar de impact van deze langspeler is natuurlijk stukken minder. Vandaar ‘Abbey Road’.”

“Ik heb het al 15 jaar over The Beatles, The Black Crowes en Led Zeppelin. Ik vraag me wel eens af of dit niet vernieuwd gaat worden voor mij. Maar dat is onmogelijk. Dit is nog nooit geëvenaard voor mij en dat gaat niet gebeuren ook. Als het zo is, dan is het zo. Ik luister heel veel naar andere muziek maar zo groot als deze drie over de volle breedte gaat het niet worden.” 

Jos speelt gitaar en dat weten we ook wel. Als klein beukertje met lange fijne krullen stond ie met nog een aantal knapen met lang haar op het podium. De band heette ‘5 Meter Heer’ en iedereen vond ‘m een schatje. Later speelde hij bas in de hard rock & roll formatie The Hopes. Vanaf toen koos hij er voor om professioneel muzikant te gaan worden en ging er keihard voor werken. Een opleiding om zijn specialiteit als gitarist te vergroten en diverse bands en vele optredens later is hij een stuk beter en ook wijzer geworden. (tekst loopt onder de foto door)

[foto: jos hensens fotografie]

Op de vraag wie zijn favoriete gitarist is volgde een meer dan korte stilte. “Het is weer een open deur maar ik ga toch voor Slash omdat hij een speelstijl hanteert die ik niet beheers. Die andere wereldgitarist, Jimmy Page, komt dichter in de buurt van mijn speelstijl, dat neigt er meer naar. Jimmy Page speelt zo nu en dan slordig en dat red ik ook nog wel een beetje. Slash zag ik laatst en dat heb ik echt nog nooit gezien. Een gitaarsolo van een minuut ofzo wordt al weer eens wat, dan weet je het wel maar Slash speelde een solo van tien minuten die echter helemaal niet verveelde. Hij is zo onwijs virtuoos maar wel smaakvol. Je hoort het meteen als Slash met iemand meedoet zonder dat je het weet. Hij heeft zo z’n eigen stijl, dat pik je er meteen uit. Van Jimmy Page heb ik wel het één en ander uitgezocht maar bij Slash begin ik daar niet aan, dat zit niet in mijn vingers. Guns & Roses is natuurlijk ook gewoon een bizarre band.”

Voor de fitheid loopt Jos zo nu en dan hard. Er staat een marathon op de agenda, die van Rotterdam. “Dan heb ik een stok achter de deur. Ik vind wel dat ik af en toe wat moet doen en een bijkomend voordeel is dat mijn hoofd rust geeft. De eerste minuten denk je nog van alles over waar je mee bezig bent en op een gegeven moment ebt het allemaal weg. Dan ben je lekker gedachteloos aan het rennen. Dat geeft ontspanning, pure ontspanning.”

By in Magazine 0

de favoriete plek

Van een wervershover in wervershoof

Astrid Steltenpool: Het mooiste huisje op de Zeeweg.

“Op de vraag wat mijn favoriete plek is in Wervershoof moest ik even nadenken. Ik kwam erachter dat ik er eigenlijk best veel heb.”
Op sportief gebied, het handbalveld en hal 1 van de Dars. Samen met m’n teamgenoten heb ik daar heel veel mooie, spannende, fanatieke en sportieve momenten beleefd.  Maar ja, ik word ook wat ouwer (maar niet gauwer), dus nu heb ik daar vooral veel gezellige momenten.”
Op uitgaansgebied, van Rooijen met m’n vriendinnen. Wat hebben we daar vroeger veel weekenden gezeten, gepraat, gedanst met een borrel, gezellige muziek en leuke mensen! Geweldige tijd.” 
Op schoolgebied, de Werenfridus school. Daar heb ik een hele leuke en vertrouwde schooltijd gehad. Maar ook niet te vergeten, de St. Augustinus Mavo. Helaas moesten we allemaal na 2 jaar naar andere scholen omdat de Mavo gesloten werd.”
Op werkgebied, Onze sportwinkel ‘Steltenpool Sport’. Mooie en leerzame jaren gehad samen met de leukste collega´s.” (text loopt door onder de afbeelding)

Op woongebied, de Zeeweg. En ja, dat is op dit moment mijn favoriete plek in Wervershoof: fietsend de Zeeweg oprijden. Als ik in de bocht Dorpsstraat-Zeeweg fiets met mijn bakfiets met de kinderen erin en de mooie bomen langs de sloot in bloei zie staan, dan word ik heel blij. Als ik dan verder de Zeeweg op fiets, heb ik aan mijn rechterhand mijn ouderlijke huis waar ik hele mooi herinneringen heb en waar mijn ouders nog steeds wonen. Aan mijn linkerhand zwaai ik dan naar het huis waar mijn zus woont met haar zoons. Ik stop dan bij nummer 24, het ‘mooiste huisje op de Zeeweg’ (zoals wij dat elke avond met de kinderen zingen in bed) waar Coen en ik al 15 jaar met zoveel plezier wonen samen met onze kinderen.”

By in Magazine 0

#doeslief

Op het platteland is het allemaal wat socialer en gemoedelijker hoor je mensen vaak zeggen. In grote steden leeft men langs elkaar heen, weet je niet wie je buren zijn, kijk je de mensen op straat niet aan, houd je je koptelefoon op of je telefoongesprek aan de gang terwijl je in de winkel aan het afrekenen bent. Ieder voor zich…In het dorp kom je niet zo snel iemand tegen die een buschauffeur bespuugt, weinig schreeuwers, schelders, bumperklevende-korte-lontjes, asocialen of pestkoppen. Natuurlijk zijn ze er wel maar omdat we met minder in aantal zijn en we er misschien eerder wat van zeggen voelt dat als minder.
Het mooie van wonen in een dorp is dat je heel vaak samen bent. Grote families bestrijken het hele dorp, vrienden van vrienden die elkaars vrienden weer kennen. We feesten met elkaar en rouwen met elkaar. Zorgen voor elkaar, kennen elkaars kinderen, kennen elkaars verleden. Drinken samen koffie en bewateren elkaars planten in tijden van afwezigheid. We weten ‘precies’ wat er her en der afspeelt en vormen een vangnet als het dreigt fout te gaan. We springen fysiek of financieel bij en spreken elkaar aan als dat nodig is. We weten ook dondersgoed wanneer we iemand met rust laten of wanneer het misschien niet handig is om je eigen ervaringen te vertellen. Alles lekker koek en ei…

Je kan het dorpsgevoel zo mooi maken als je zelf wilt. Was het allemaal maar zo. Eigenlijk zou het misschien wel een beetje eng zijn als het dorpse leven er werkelijk zoals bovenstaand beschreven uit zou zien. Alles van elkaar weten, dat willen we natuurlijk niet, alles van elkaar zien al helemaal niet. We praten niet zo graag over wat ons pijn doet, lopen niet te koop met onze fouten, zorgen of angsten. We moeten elkaar de rust en de ruimte geven, een vriendelijke glimlach, een lieve aanraking want iedereen, waar je ook woont, in het dorp, stad of de polder, iedereen heeft zo af en toe stil verdriet. Het stille verdriet als het verlies al een tijdje geleden is, de ziekte door alle omstanders al een keer genoemd is. Het stille verdriet wat een moeder voelt als haar kind niet zo goed kan mee komen op school. Het stille verdriet in het gezin waarbij een ouder langzaam de gevolgen van dementie ondergaat. Het stille verdriet van de vader die drugsgebruik bij zijn kind constateert. Het stille verdriet van het kind dat het zo moeilijk vindt de fouten toe te geven bij de ouders en het zo moeilijk vindt om hulp te vragen. Het stille verdriet van de jonge moeder die het gevoel van geluk na de geboorte van haar kindje niet goed kan ervaren en het gevoel heeft dat de wereld veel te snel voor haar gaat. Het stille verdriet van de winkelier die de last van het ondernemen op zijn schouders voelt iedere keer als zijn waar goedkoper op het internet staat. Het stille verdriet van die mooie jonge griet die zo graag hetzelfde wil zijn als al die andere te mooie mensen op de sociale media.

Zo hebben we allemaal af en toe een beetje aandacht nodig om welke reden dan ook…

#Doeslief

By in Magazine 0

Om een lang verhaal kort te maken

We zitten aan een tafel die gevuld is met koffie, thee en Mam’s appeltaart. Loek is een graag gezien persoon in Wervershoof. Hij heeft veel op z’n palmares staan. Een aantal van die items komen hier aan de orde. Maar eerst laten we ons het gebodene meer dan smaken.

Op zeventienjarige leeftijd is Loek begonnen in Sarto in Andijk met muziek draaien bij de Tienerclub. Er werd wat apparatuur bij elkaar geschraapt en het geluid van de microfoon ging over de eigen installatie van Sarto en de eerste Discotheekavond was een feit. Voordat deze avond van start ging werd er natuurlijk eerst reclame gemaakt. Aanplakbiljetten werden gemaakt en de avond werd een succes waarop er nog meer avonden volgen. Mooi feitje is dat de naam die Loek al jaren bij zich draagt, LoBo, die tijd ge-boren is. Deze naam prijkte ook op de posters. De Boezoekibar had interesse en Loek had daar wel oren naar. Met een geleende installatie werd hij de eerste DJ in West-Friesland.

2 linkerhanden
De interesse voor muziek heeft Loek zelf ontdekt. Luisteren naar Radio Luxemburg. Z’n eerste elpee was van The Scorpions, Hello Josephine. Deze elpee staat nog steeds in de collectie. Z’n eerste single is niet meer bekend.
Loek had ook al vrij jong z’n eigen installatie en een handige vriend (Loek heeft 2 linker-handen) timmerde een kist voor hem dat alles praktisch kon worden opgeborgen en zodat het ook handig uitgestald kon worden tijdens het draaien van zijn vinyl, wat hij ook in eigen beheer allemaal aanschafte. Een aantal mensen kregen er lucht van en zodoende draaide Lobo op vele plekken. Ook op scholen werd er gedraaid. De entree was één gulden vijftig waarvan tweederde voor Loek was. “In de regel kwam er een mannetje of 3 à 400. Dat is toch leuk. Ik werkte in die tijd bij de scheepswerf de Jongens in Enkhuizen en verdiende 45 gulden in de week. En dat extraatje kon ik natuurlijk wel gebruiken.” (Tekst loopt door onder de foto)

Loek Boon, Wervershoof, Magazine, Het Cafe, Het Bier- en Muziekcafe van Wervershoof

Boonebar
In 1972 opende de Boonebar z’n deuren aan de Simon Koopmanstraat en Loek kon natuurlijk niet achterblijven met zo’n naam. En omdat moeder Boon (Boonebar) een stuk of 7 dochters in een mooie leeftijd had was het geen straf om niet thuis te blijven. En helemaal niet dat Simon Boon aan Loek vroeg of hij plaatjes kon draaien in zijn café. “Er is een tijdje geweest dat ik op vrijdag en zondag in de Boonebar draaide en op zaterdag in de Boezoekibar. Maar op slot was dat zo’n gesleep dat ik besloot om het hele weekend maar in de Boonebar te gaan draaien. Elke dag van het weekend was het vol, inclusief de Andijkers die eerst altijd bij de Boezoekibar kwamen.”

Koe in z’n kont
Op 1 mei 1977 draaide Loek de sleutel van deur om van Cafe El Lobo. Een eigen café waar hij 5 jaar gedraaid heeft. “We hadden de tijd mee. Veel mensen gingen naar het café, ook door de week met elke avond ander volk. Je hadden in die tijd de Boonebar, van Rooijen, café de Roos (Heessels), Beer Ruiter, Nic Bot, de Boezoekibar en overal zat volk. Wat dat aangaat heb ik geluk gehad dat het die tijd goed ging met de economie. Achteraf had ik nooit moeten weggaan, maar achteraf kijk je een koe in z’n kont. Zo is het.
“Ik deed wel eens op zondagmiddag Ierse muziek en dat vond ik enorm leuk om te doen. Ik wilde meer gaan doen met livemuziek. De middelen die aanwezig waren, waren vrij beperkt en net voordat het 5-jarig contract afliep met de huurder kwam De Dars in beeld. Het was een lastige keuze die ik achteraf dus beter niet had kunnen maken.”

Uitnodiging
Voordat de plannen van het sportcentrum definitief waren was er eerst een vergadering vanuit de horecabond met de gezamenlijke horeca van Wervershoof wat ze tegen De Dars konden doen. Loek was ook lid maar die had geen uitnodiging gekregen maar wist er toch van. Loek stapte binnen en vroeg: “Goedenavond heren, wie verzorgt hier de uitnodigingen? Er werd wat gemompeld en hij ging zitten. “Laat maar”, zei hij. “Ik ben er toch.” De gezamenlijke horeca voelde zich buitenspel gezet maar Loek had heel wat anders in het hoofd. “Ik zoek nog iemand die de bruiloften en partijen kan regelen want daar heb ik geen verstand van.” “Dat doen we vast niet,” was het antwoord. “Diezelfde avond werd ik gebeld door twee horeca-ondernemers die er toch wel oren naar hadden. Wat overigens niet is doorgegaan. Eerst afgebrand worden en daarna toch willen praten. Dat stond me niet zo aan.”

Gillende meiden met Doe Maar
“Ik heb een paar mooie jaren gehad daar me Doe Maar, Golden Earring, Ivan Rebroff met het Westfries Mannenkoor en in de dancing bijna de hele vaderlandse popscene: Drukwerk, Massada, Dolly Dots, The Nits, Herman Brood en noem maar op. Bij Doe Maar was het gigantisch. Die meiden waren helemaal van het padje af, gillen! Ik ben wel blij dat ik voor het podium het gebied in vakken had verdeeld met hekken om de druk te verdelen anders had het fout afgelopen ben ik bang. Wat een massahysterie.” 

7 kratten bier
Na 3 drie jaar trekt Loek zich terug uit De Dars. “Nu ga ik een tijdje niks doen, dacht ik. Niet eens een week later reed ik alweer op de vrachtwagen voor Dick Vink uit Andijk. Ik had al wat klusjes gedaan omdat ik een groot rijbewijs heb. Ik reed gelijk op Engeland en bouwde daar wat connecties op. Ik haalde cd’s uit Engeland omdat die daar goedkoper waren dan hier en ik nam bier mee voor ze omdat dat weer goedkoper was in Nederland. Je mocht 7 kratten bier per persoon invoeren in Engeland, mits je daar 24 uur verbleef. Ik ben ook wel eens met 20 man naar een popconcert in Engeland geweest die tijd.… Dan weet jij dat het uitstekend werkt hierboven (wijst met z,n wijsvinger richting hersens).”
9 jaar reed Loek op de vrachtwagen tot de truck er uit moest. Na wat omzwervingen via een uitzendbureau kwam hij op de bus terecht. Z’n eerste rit op de bus was naar Duitsland waar hij de fanfare Jong Leven bij een concours bracht. 20 jaar rijdt Loek alweer, met veel plezier, voor Jan de Wit.
Op de vraag wat hij eigenlijk had willen worden dat hij jong was antwoordde hij: “elektriciën, maar dat kon niet omdat ik niet zo goed kon leren. Ik raakte op de technische school richting hout en metaal wat me overigens niet zoveel interesseerde. Ik gooide toen een gulden op, munt is metaal en kop is hout. Het werd munt. Diploma gehaald en een paar las-diploma’s. Ik had er niet veel mee.”

Samenwerken
“De horeca in Wervershoof mag wat meer samenwerken volgens Loek. Samen sta je sterker. Samen kan je meer bewerkstelligen. Als je een visie hebt heb je ook meer geloof in het slagen van het evenement. Met het Carrot Blues Festival in mijn tijd is dat een aantal keren goed gegaan. Ik weet het, ik ben een ouwe lul en ik weet niet of iemand nog zit te wachten op mijn mening maar volgens mij is samenwerken van alle tijden.”

By in Magazine 0

Niet lullen maar poetsen

Jeffrey Oud is een levendig persoon. Vooral bekend van zijn vele live optredens als zanger in het hele land maar ook ver daarbuiten. Met solo optredens is hij inmiddels gestopt omdat er een fase aanbrak waar een andere liefde voorrang krijgt en waar hij met hart en ziel zijn energie in stopt.

Ook autopoetser worden begint uiteindelijk met de muziek. “Ik zat in een de band Lost & Found en het doel met die band was om zo veel mogelijk te spelen. Nu zat er indertijd in Zwaag een artiestenbureau boven een autopoetsbedrijf en daar wilde ik werken zodat ik altijd dicht bij het vuur zou zitten. Op de vraag of er iemand nodig was op het artiestenbureau kwam op dat moment een negatief antwoord, voorlopig. Dus ik liep de trap af en ging naar de eigenaar van het autopoetsbedrijf met dezelfde vraag die ik een verdieping hoger stelde. Dit antwoord was positief en zodoende zat ik heel dichtbij mijn uiteindelijke doel.”

Zaterdagbaantje
“Ik kwam er die tijd achter dat ik het autopoetsen een onwijs leuke bezigheid vond. De ruimte die ik ambieerde bij het artiestenbureau kwam vrij en ik verhuisde naar boven. Dat duurde helaas kort want het bureau ging over de kop en ik kon weer naar beneden.”
“Ik kwam er die tijd achter dat ik het autopoetsen een onwijs leuke bezigheid vond. De ruimte die ik ambieerde bij het artiestenbureau kwam vrij en ik verhuisde naar boven. Dat duurde helaas kort want het bureau ging over de kop en ik kon weer naar beneden.”
Jeffrey graaft in z’n geheugen en herinnert dat hij op z’n twaalfde eigenlijk al begon met het autopoetsen. Als zaterdagbaantje poetste hij bij autobedrijf  Kager de auto’s en leerde hij ook de beginselen van het autorijden omdat hij de auto’s naar de garage moest halen om ze daar te poetsen. Na het autopoets- en artiestenbureau avontuur was hij klaar voor een nieuwe uitdaging en die kwam er al vrij snel.

Horeca
Op het zonnige eiland Gran Canaria kreeg Jeffrey de mogelijkheid om in diverse bars op te treden. Dat was niet tegen dovemansoren gezegd. “8 jaar heb ik daar gewoond en gewerkt. Ik heb veel muziek gemaakt en twee horeca gelegenheden gemanaged. Toen ik terugkwam stortte ik me op mijn solocarriere. Op een gegeven moment vond ik dat ik er wat bij moest doen. Ik vond het lekker hoor, doordeweeks thuis met een net geboren kleintje. Maar wat erbij zou geen overbodige luxe zijn. (text loopt onder de foto door)

Weer als nieuw
Eigenlijk was het niet zo heel moeilijk om te bedenken dat een eigen autopoetsbedrijf een mooie uitdaging zou zijn voor Jeffrey. De pakkende naam Weer Als Nieuw borrelde al heel snel bij ‘m op en checkte de domeinnamen die tot zijn stomme verbazing nog vrij waren. Nadat ze vastgelegd waren begon hij zijn nieuwe avontuur. Investering worden gedaan in de vorm van polijst- en shamporelmachines, de poetsmiddelen van Turtlle wax en wat poetsdoeken. “Ik ging wat connecties af met de vraag of ze een autopoetser zochten en bij Ard Butter in Zwaagdijk kon ik terecht op locatie.” Meerdere klanten dienden zich aan en zodoende moest ook ruimte worden gecreëerd om het poetsen ook een onderdak te geven. In eerste instantie werd dat een garagebox maar al snel bleek dat ook te klein vanwege de aanwassende klantenkring. Het voormalige pand van Otto Mooij stond al een tijdje leeg en was ideaal voor mijn werkzaamheden. “Ik durfde het aan, ook met het oog op een wasbox, een grote wasbox welteverstaan, die ook geschikt is voor grotere auto’s, bussen, campers en boten want die is er bijna niet in de regio. En ook voor alle milieu-eisen e.d. is dit een ideale locatie.

Klantenkring
De stap naar een groter pand is een goeie geweest en dat blijkt uit de aanwas van nieuwe klanten. De Graaf Mobiliteit, Autoservice Medemblik, Kareltrans, Veekro maar ook de kleinere bedrijven in de regio en de particulieren weten Weer Als Nieuw te vinden. “We leveren kwaliteit en die garanderen we ook. We doen veel meer dan alleen maar poetsen. Dat uit zich in de spullen die we gebruiken en de mensen die het uitvoeren. Wij zijn specialisten die weten wat we doen en ook doen wat we zeggen. Op die manier is onze kwaliteit gewaarborgd en onze klanten waarderen dat alleen maar.”

Weer Als Nieuw • Nijverheidsweg 18 • Wervershoof
06-23761970 • www.weeralsnieuw.nl

By in Magazine 0

wild in de biene

column door bert laan

Het was op zijn zachtst gezegd “vrij bedrijvig” bij ons thuis. Hoewel we met 10 kinderen eigenlijk maar een middenmoter waren in het dorp (14 en 16 kinderen, het kwam allemaal voor destijds), was het in ons kleine huisje een drukke bedoening. Niet alleen wijzelf , maar ook alle aanloop zorgde er voor dat de koffiekan en de koektrommel continue bijgevuld moest worden: elk van ons nam immers vaak vriendjes mee naar huis omdat het bij ons thuis te doen was: een kast vol met gezelschapsspellen, altijd voldoende mensen in de kamer om een potje te kaarten. Het was de zonnige zijde van die periode.
We leefden niet in weelde – verre van – maar hebben het opgroeien in de jaren 60 en 70 zelf eigenlijk niet als armoede ervaren. Natuurlijk moesten alle zeilen bijgezet. Bonen zoeken, kranten en folders venten, helpen bij de boerderij aan de overkant, sjouwtjes op de bouw of bij de slager: ieder van ons zorgde al vroeg voor bijverdiensten omdat anders het huishouden niet rond te krijgen was. Maar wat gaf het, als je verder onbezorgd kon spelen in en om het huis.
Ik heb nog foto’s waarop we achter het huis speelden en je nog tot in het oneindige richting dijk kunt kijken: de nieuwbouw was er nog niet. Overal waren voetbalveldjes voor de warme maanden, in de wintertijd ging je schotsenlopend naar de dijk en weer terug, klis pôôt of niet. Met het roeibootje gingen we te bollek – ik weet niet of je het zo schrijft, maar voor de onwetende zeg ik dat dit het Westfriese woord voor “vuilstort” is –  of we gingen vissen in sloten in gebieden die later allemaal aan de ruilverkaveling ten deel vielen. 
Wervershoof was destijds een tamelijk gesloten omgeving, eigenlijk had je alles wat je nodig had al op het dorp: slager Ruiter drie huizen verderop, bakker Boon aan de overkant,  Brammetje Beerepoot kwam met zijn Volkswagenbus vol zuivel, Bertus Vermaat zat met zijn postkantoortje nog geen 100 meter verderop. Groenteman Aker kwam aan de deur, net als elke vrijdag vishandel Mol.
Wat we niet in het dorp konden halen, kwam met Ter Meulen Post en soms zetten we voor het raam een kaartje klaar zodat stomerij Kerner wist dat er kleding moest worden opgehaald. We hoefden het Zijdwerk niet uit, alles was voor handen. De boerderij van Haakman moest toen nog plat, die zou pas later plaats gaan maken voor het winkelcentrum met de platenzaak, de fotohandel, de drogisterij en de supermarkt. 
Eind jaren zestig , begin jaren 70 werd alles anders: in de gang werd een (groene) wandtelefoon gemonteerd, de eerste TV werd vervangen door een kleurentelevisie, de oudere gezinsleden gingen het huis uit. De nieuwbouw -jarenlang ons speelterrein- werd bevolkt door de vele kinderen van de grote gezinnen , maar ook door de overloop van “buitenpoorters”: er klonk opeens sappig Amsterdams tussen het stugge Westfries door.
(text loopt door onder de afbeelding)

Ook bij ons kwam de hunkering naar meer, mijn vader omschreef dat als: “ze hewwe het wild in de biene”. Van het kleine Werenfridus aan de Dorpsstraat gingen we naar het grote Werenfridus in Hoorn, daarna lonkte voor velen de stad verderop: we waren de generatie die opeens alle kansen kregen. En grepen. Amsterdam, Haarlem, Hoorn, De Goorn: we hebben onszelf verspreid. Maar niet ver. Niet zover in ieder geval dat we niet nog minstens twee keer per jaar terugkeren naar dat plekje waar het allemaal begon: dat kleine huisje aan de Dorpsstraat is nu het prachtig opgeknapte en uitgebouwde eigendom van een van mijn broers.
Met gevoel voor traditie zijn hij en zijn vrouw net zo gastvrij als mijn ouders dat destijds waren: iedereen kan binnenlopen, de koffie is immer vers. Met de kermis doen we een borrel in de tuin (WIELRIJDERS AFSTAPPEN!), in de kerstvakantie doen we gewoon nog eens alsof we weer allemaal tiener zijn : “potje kaarten, jongens? Zetten!”. Inmiddels schuiven de kinderen, de neven, de schoonzoons aan: in de ochtend kaarten en in de middag biljarten om de Harde Pik-bokaal. Ook onze nieuwe generaties leren dat wij deze gezelligheid dáár hebben geleerd: de Dorpsstraat is basis.